Ga naar: navigatie, zoeken

A.M. Hammacher

Abraham Marie Wilhelmus Jacobus (Bram) Hammacher, geboren in Middelburg op 12 november 1897, overleden op 19 april 2002 in Abano Terme (Italië). Hammacher is van 1935 tot 1940 kunstredacteur van Elsevier’s.

Na de hbs gaat Hammacher in opleiding tot notaris bij de jurist W.A. Kleyn van de Poll. Als Kleyn naar Utrecht wordt overgeplaatst, verhuist Hammacher mee. De studie boeit hem echter weinig, hij heeft meer belangstelling voor muziek en beeldende kunst. De concerten van het Concertgebouworkest in Utrecht bezoekt hij geregeld.

In de jaren twintig treedt Hammacher in dienst bij de PTT (Posterijen, Telegrafie en Telefonie) waar hij zich verdienstelijk maakt bij de Esthetische Dienst. In Utrecht leert hij literair criticus Pierre Henri Ritter kennen, die tevens hoofdredacteur is van het Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad. Ritter zoekt redacteuren en vraagt Hammacher bijdragen te leveren. Zijn eerste stukken zijn historische beschrijvingen van kunst- werken uit de negentiende en twintigste eeuw, maar al snel gaat hij ook over literatuur schrijven.

Tot 1927 schrijft Hammacher ruim 320 artikelen voor het Utrechtse dagblad. Dan stapt hij over naar de Nieuwe Rotterdamsche Courant. In de jaren die volgen verschijnen talloze artikelen van zijn hand over schilder- en beeldhouwkunst in bladen als De Gids, Forum, De Groene Amsterdammer, Beel- dende Kunst en in Elsevier’s. Bij de laatste twee is hij in de jaren dertig ook redacteur.

Bij Elsevier’s vervangt hij Jan Slagter. Over het aantrekken van Hammachter schrijft hoofdredacteur Herman Robbers in december 1934: ‘Mr. J. Slagter, die in de laatste drie jaren mijn zeer ijverige, kundige en gewetensvolle mede-redacteur voor de beeldende kunsten was, gaat mij als zoodanig tot mijn grote spijt verlaten. […] Wat zijn vervanging betreft, het verheugt mij zéér een anderen langjarigen en hooggewaardeerden medewerker, den fijnen en diep-doordringenden schrijver over kunst A.M. Hammacher bereid gevonden te hebben, de redactie over te nemen te zamen met onzen jongen vriend dr. J.G. van Gelder, die vooral door zijn uitnemende dissertatie den aandacht der kunstlievenden op zich vestigde.’

Hammacher is tussen 1947 en 1963 directeur van museum Kröller-Müller. Hoewel hij geen museumervaring heeft, begint hij onmiddellijk met de herinrichting van de collectie. Hij is verantwoordelijk voor de beroemde beeldentuin achter het museum. In 1952 wordt hij buitengewoon hoogleraar kunstgeschiedenis aan de Technische Universiteit Delft en in 1958 krijgt hij een eredoctoraat van de Rijksuniversiteit Utrecht.