Ga naar: navigatie, zoeken

H.J.N. Henricus

Henricus Jansen, geboren op 2 januari 1867 in Den Haag, overleden op 5 februari 1921 in Rotterdam. Jansen is illustrator bij Elsevier’s in 1893.

De jonge Henricus Jansen, die zijn opleiding volgde aan de Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag, woont in Pa- rijs als hij in 1893 wordt aangetrokken voor de illustraties die veel artikelen in Elsevier’s begeleiden. Voor de internationaal georiënteerde eigenaar van het blad Jacs Robbers is die vestigingsplaats geen bezwaar, eerder een pré.

Jansen, die werkte onder de naam ‘Henricus’, beoefent gedurende zijn leven een groot aantal technieken. Hij is schilder, tekenaar, etser, lithograaf, glasschilder en illustrator. Maar hij ‘decoreert’ ook gebouwen, zoals het interieur van het niet meer bestaande koffiehuis Terborgh aan het Bezuidenhout in Den Haag, en in 1914 het plafond van de Koninklijke Schouwburg in dezelfde stad. Deze allegorische schildering dreigt tijdens de restauratie eind jaren negentig van de afgelopen eeuw te verdwijnen, maar daar steekt Monumentenzorg een stokje voor.

Zijn redacteurschap duurt slechts kort. Volgens P.A.M. Boele van Hensbroek (1853-1912), die Henricus interviewt en portretteert voor Elsevier’s, was Henricus ‘te veel artiest om te werken als het moest’. Zoals hij stelt: ‘Was de geest niet vaardig, dan ging het niet.’ Maar ook na zijn vertrek als redacteur blijft hij vele novellen in het blad illustreren.

P.A.M. Boele van Hensbroek: ‘Henricus is te veel artiest om te werken als het moest

Henricus is niet alleen medewerker van Elsevier’s maar ook van De Nederlandsche Spectator (1856-1908), waarvoor hij spotprenten maakt. Henricus, die als bohemien niet goed kon aarden in Den Haag, geniet nog steeds enige bekendheid door zijn ‘oriëntalisme’. Hij verbleef na de eeuwwisseling een paar jaren in Noord-Afrika en maakte talrijke schilderijen en tekeningen van Tunis, de hoofdstad van Tunesië. Voornamelijk stadsgezichten, want door de afkeer van moslims van afbeeldingen van mensen, en de ‘strengheid waarmede zij hunne vrouwen bewaken’, aldus Boele van Hensbroek, kreeg hij weinig kans personen in zijn werk af te beelden.