Ga naar: navigatie, zoeken

J.G. van Gelder

Jan Gerrit van Gelder, geboren op 27 februari 1903 in Alkmaar, overleden op 9 december 1980 in Utrecht. Van Gelder is redacteur kunst van Elsevier’s van 1935 tot 1940.

Van Gelder groeit op in Den Haag, waar zijn vader, dr. Hendrik Enno van Gelder, gemeentearchivaris is, en tevens grondlegger van het Haagse Gemeentemuseum, waarvan hij in 1912 de eerste directeur wordt. Diens passie voor beeldende kunst moet zijn overgeslagen op zijn zoon, want Jan Gerrit gaat na het gymnasium in 1923 kunstgeschiedenis studeren aan de Rijksuniversiteit Utrecht. In Utrecht is Van Gelder echter weinig te vinden. Hij wordt assistent bij Museum Boijmans in Rotterdam. Daar raakt hij vertrouwd met kunstwerken, speciaal met tekeningen. Later, als conservator, krijgt hij het beheer over het prentenkabinet en de bibliotheek.

Ondanks zijn ‘bijbaantje’ weet hij in rap tempo zijn studie af te maken, en in 1933 promoveert hij bij professor Willem Vogelsang op tekenaar en kunstschilder Jan van de Velde (1593-1641). Van Gelder interesseert zich niet alleen voor de tekenstijl van de kunstenaar, hij is ook onder de indruk van diens natuurgevoel. Per 1 mei 1940, vlak voor de Duitse inval in Nederland, wordt Van Gelder waarnemend directeur van het Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie (RKD) in Den Haag.

In het najaar van 1945 is Nederland nog niet hersteld van de oorlog, maar dat weerhoudt Van Gelder er niet van om een tentoonstelling te maken. Met beperkte middelen presenteert hij Nederlandsche kunst van de XVde en XVIde eeuw in het Haagse Mauritshuis, waar hij directeur is geworden. Een half jaar later volgt een tweede expositie in het Mauritshuis: Herwonnen kunstbezit. Het RKD neemt onder leiding van Van Gelder – ook daar is hij nu directeur – nieuwe initiatieven, waaronder de uitgave van een eigen blad: Kunsthistorische mededeelingen. Hij beperkt zijn activiteiten niet tot beide Haagse instellingen. In 1947 richt hij het Nederlandsch kunsthistorisch jaarboek op.

Aan het dubbele directeurschap komt al snel een einde. De minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen, prof.dr. Gerard van der Leeuw, moet moeite doen om Van Gelder over te halen, maar uiteindelijk aanvaardt die in 1946 de benoeming tot hoogleraar kunstgeschiedenis aan de Rijksuniversiteit Utrecht. Van Gelder volgt daar zijn leermeester Vogelsang op, die met emeritaat gaat. Van Gelder blijft tot zijn dood in 1980 een centrale rol spelen in de Nederlandse kunsthistorische wereld.