Ga naar: navigatie, zoeken

J. Slagter

Jan Slagter, geboren op 5 maart 1887 in Woerden, overleden op 6 augustus 1958 in Leiden. Slagter is van 1917 tot en met 1940 medewerker van Elsevier’s. Van 1932 tot en met 1935 maakt hij deel uit van de redactie.

Slagters vader is arts. Zijn moeder stimuleert elke culturele belangstelling van haar kinderen. Door zijn, van moederskant, Groningse roots houdt Slagter zijn hele leven een binding met Groningen, wat tot uiting komt in zijn literaire werk. Hij studeert rechten in Utrecht, maar ontplooit ook andere activiteiten. Hij schrijft voor het studentenblad Vox Studiosorum, maakt gedichten en componeert cabaretliedjes.

Na zijn studie is Slagter enkele jaren buitenlandredacteur bij De Nieuwe Courant in Den Haag, waar hij onder meer schrijft over de tragiek en de problemen van Belgische vluchtelingen. Zijn toneelstuk Grenzenwee uit 1915 is daarop gebaseerd. Enkele jaren later verhuist hij naar Zwolle en gaat werken bij de provincie Overijssel. In 1919 wordt hij secretaris van het hoogheemraadschap van Rijnland in Leiden, en in 1948 wordt hij benoemd tot dijkgraaf. Dat blijft hij tot zijn pensioen.

In 1917 schrijft hij zijn eerste stuk voor Elsevier’s. Hij blijft voor het blad schrijven tot de Tweede Wereldoorlog uitbreekt en het maandblad (tijdelijk) wordt opgeheven. Naast teken-, schilder- en beeldhouwkunst heeft vooral (romaanse) architectuur zijn belangstelling. In de jaren dertig, veertig en vijftig verschijnen van zijn hand beschouwingen over kunst in onder meer het Oudheidkundig Jaarboek. In de kunstwereld vervult hij diverse bestuursfuncties. Zo is Slagter jarenlang voorzitter van de Leidsche Kunstvereniging, die tentoonstellingen van moderne kunst organiseert, tot deze door de Duitse bezetter wordt verboden. In 1952 wordt hij voorzitter van het in dat jaar opgerichte Instituut ter bevordering van een grondige en onafhankelijke expertise van kunstwerken te Amsterdam. Bij de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde is hij jarenlang penningmeester.