Ga naar: navigatie, zoeken

Jacs G. Robbers

Jacobus George (Jacs) Robbers (Rotterdam, 27 mei 1838 − Den Haag, 28 november 1925) is de oprichter van de uitgeverij Elsevier en het maandblad Elsevier's Geïllustreerd Maandschrift, de voorloper van weekblad Elsevier.[1]

Persoonlijk

De ouders van Jacs G. Robbers zijn Cornelis Jacobus Robbers (1812-1887), handelaar, en Susanna Henrietta Hartman (1813-1888). Hij woonde achtereenvolgens in Rotterdam, Amsterdam en Den Haag. In 1864 trouwde hij met Anna Elizabeth Nellen (1840-1902). Ze kregen negen kinderen: zes zoons (van wie twee jong gestorven zijn) en drie dochters.

Legende

In het begin van de twintigste eeuw is Robbers een legende in de wereld van boekhandelaren en uitgevers. Bij zijn overlijden in 1925, ruim 87 jaar oud, wordt de oprichter van Uitgevers-Maatschappij Elsevier herdacht als een onvermoeibare man met doorzettingsvermogen. Lukt het nu niet? Dan een volgende keer wel. Een heerser met een scherpe, inventieve geest; niet gemakkelijk voor zichzelf en voor anderen, vanwege de hoge eisen die hij stelt. Een man met stijl, tot in de puntjes verzorgd, kaarsrecht, ruim 1,70 m lang, bruin haar, blauwe ogen.

Jacs G. Robbers kan zijn levenswerk maar met moeite loslaten. Nadat hij in 1905 zijn tweede zoon, Herman, bij Elsevier’s Geïllustreerd Maandschrift heeft gehaald om de redactie van dat blad op zich te nemen, leidt hij toch nog een paar jaar de maandelijkse redactievergaderingen, die vaak bij hem thuis worden gehouden. Daarna stopt hij hier weliswaar mee, maar blijft hij zich wel met de redactie bemoeien en adviezen geven. Als in 1913 zijn oudste zoon Corenelis, die in 1908 de leiding van het uitgeversbedrijf heeft overgenomen, op 48-jarige leeftijd overlijdt, neemt ‘de oude heer Robbers’ vol enthousiasme de touwtjes weer voor een tijdje in handen. Op 75-jarige leeftijd wordt hij waarnemend directeur. Tot 1918 pendelt hij bijna dagelijks op en neer tussen Amsterdam en zijn woonplaats Den Haag. De laatste zeven jaar van zijn leven blijft Robbers als president-commissaris betrokken bij zijn geesteskind.

Jacobus George (Jacs) Robbers wordt op zondag 27 mei 1838 geboren in Rotterdam. Hij is het tweede kind van Cornelis Jacobus Robbers en Susanna Henrietta Hartman. Hierna worden er nog vijf kinderen in het gezin geboren. Vader Cornelis en oudste broer Hendrikus zijn handelaren. Wanneer Jacs zestien jaar oud is, stuurt zijn vader hem eropuit om een kantoorbaantje te vinden. Hij wordt jongste bediende bij een transportbedrijf in Rotterdam. Na een aantal jaren ontdekt Robbers dat hij toch meer een handelaar is dan een kantoorklerk. Als hij min of meer bij toeval in een boekhandel terechtkomt, weet hij: ‘Dit is iets voor mij.’ Na een jaar geassocieerd te zijn geweest met de firma Krap & Van Duym, die handelt in Hollandse, Engelse en Duitse boeken en zeekaarten, vestigt Robbers zich op 6 september 1860 als zelfstandig boekhandelaar, importeur en uitgever in zijn geboortestad Rotterdam. Dat gebeurt zoals dat heet ‘met handlichting’: de rechter geeft Robbers toestemming zaken te doen en rechtshandelingen te verrichten. Deze toestemming is nodig, omdat hij met zijn 22 jaar volgens de wet nog minderjarig is en dus niet handelingsbekwaam. Geheel alleen begint Robbers zijn zaak in een achterkamertje aan de Hoofdsteeg.

Hij weet zich al snel een eigen plek te veroveren in de wereld van uitgevers en boekhandelaren. In het Nieuwsblad voor den boekhandel stort hij zich in polemieken met collega’s over eigendomsrechten van vertalingen en over prijsverlagingen. Ook in vergaderingen van de Vereeniging ter bevordering van de belangen des boekhandels laat hij zich vaak gelden. In 1872 trekt hij zich terug uit de winkelverkoop en richt hij zich helemaal op het importeren van Engelstalige boeken en tijdschriften en het uitbrengen van vertalingen. Al snel kan de hardwerkende, aimabele zakenman vele, vaak grote, boekhandelaren tot zijn klanten rekenen.

Robbers heeft een enorme werkkracht, doet vrijwel alles zelf en heeft daardoor aanvankelijk nauwelijks personeel nodig, wat de kosten laag houdt. Zijn eerste boeken, met veel illustraties erin, worden meteen een verkoopsucces: Onbeschaafde Volken van de Engelsman John George Wood in twee delen en Europa in al zijn heerlijkheid van de hoofdredacteur van de Arnhemsche Courant Gerard Keller in vijf delen. Robbers reist stad en land af om zelf zijn uitgaven aan de man te brengen. In het gehucht Schagerbrug haalt hij zelfs een boekhandelaar, tevens boer, achter de ploeg vandaan. Hij laat hem pas weer naar de akker teruggaan als de man zeven exemplaren heeft gekocht. Robbers verkoopt op die manier tweeduizend exemplaren voor 60 gulden per stuk, wat voor die tijd vrij duur is voor een boek.

Uitgevers-Maatschappij Elsevier

De zaken gaan goed, waardoor steeds hogere investeringen gevraagd worden. Robbers lost dit op door samen met vier vrienden op 4 maart 1880 de naamloze vennootschap Uitgevers-maatschappij Elsevier op te richten. De nv is op dat oment nog geen gebruikelijke rechtsvorm in de branche. Het bedrijf is vernoemd – met een kleine wijziging in de naam – naar een befaamd uitgevershuis uit de zeventiende eeuw: Elzevier. Met zo’n tweeduizend fraai gedrukte uitgaven van onder anderen Galilei, Simon Stevin en Hugo de Groot waren de Elzeviers de belangrijkste boekverkopers van Europa. Drie generaties heeft het bedrijf van Lodewijk Elzevier het volgehouden. Behalve de naam neemt de Uitgevers-maatschappij Elsevier ook het zeventiende-eeuwse logo van Elzevier over: een oude man bij een boom waar een wijnrank in groeit, symbolen van vruchtbaarheid en samenwerking, met de Latijnse tekst non solus, wat ‘niet alleen’ betekent.

Doel van de nv is rechten van boeken op te kopen en deze als goedkope herdrukken op de markt te brengen. Robbers wordt directeur. De anderen, die hun geld verdienen als boekhandelaar, courantier en uitgever of een combinatie hiervan, worden commissaris. Robbers is duidelijk de leidende figuur in de vergaderingen van de commissarissen. Vaak doet hij daar slechts mededelingen, stelt hij de anderen voor voldongen feiten en geven de commissarissen achteraf hun goedkeuring. Een van de vrienden met wie hij de nv heeft opgericht, uitgeverjournalist George Lodewijk Funke, brengt een deel van zijn uitgaven in, waaronder vrijwel alles van Multatuli.

De goedkope edities van Elsevier zullen veel bijdragen aan de bekendheid van Multatuli en diens ideeën. Paradepaard vormen, niet veel later, de door Elsevier in het Nederlands uitgebrachte verhalen van Jules Verne. Rond de eeuwwisseling vormt de Winkler Prins Encyclopedie, waarop Robbers na de eerste druk de hand heeft weten te leggen, de ruggengraat van de uitgeverij.

Zeven jaar na het oprichten van de uitgeversmaatschappij Elsevier verhuist Jacs Robbers zijn bedrijf en zijn gezin naar Amsterdam, het centrum van de boekhandel. Naast Elsevier heeft hij ook nog altijd zijn eigen importfirma. Zijn activiteiten zijn dan al flink gegroeid door de overname van twee importfirma’s, die later worden samengevoegd tot Feikema, Caarelsen & Co. Robbers importeert en vertaalt daarmee naast Engelse en Amerikaanse ook Franse, Italiaanse en Spaanse boeken.

Persoonlijk

Terwijl de zaken groeien, groeit ook het gezin Robbers. Op 27 april 1864 trouwt Jacs in Rotterdam met Anna Nellen. In februari 1865 wordt hun eerste kind geboren, een zoon, Cornelis Henri. Anderhalf jaar later volgt een tweeling. De jongetjes Johan Hermann en Hermann Anton overlijden beiden binnen een week, in november 1867. Na nog twee zoons – Hermann Johan en Jacobus George, die net als hun oudste broer ook in de zaak terecht zullen komen – volgen drie dochters. Anna Elizabeth, Mary en Margaretha Adriana blijven alle drie ongehuwd en zullen bekend komen te staan als ‘de tantes’. Het jongste kind, Johann Gottfried, is de enige zoon die niet in de zaak komt. Hij verwerft bekendheid als hoofdarchitect bij de Rijksgebouwendienst.

Jacs G. Robbers is een familiemens, een toegewijde echtgenoot en huisvader. Toch is zijn vrouw Anna het echte middelpunt van het gezin. In het gezin Robbers zijn boeken uiteraard een belangrijk onderwerp. Er wordt veel gelezen. Niet voor niets gaan drie van zijn vier zoons in het familiebedrijf werken en wordt een dochter vertaalster van Italiaanse literatuur. Robbers laat zich in zijn grote villa in Den Haag, die hij kort voor het overlijden van zijn vrouw in 1902 betrekt, graag omringen door kinderen en kleinkinderen. Met Kerstmis zijn er grote familiereünies, in smoking en avondtoilet en met veel eten en drinken. Robbers geniet in de villa ook van zijn schilderijencollectie, waarmee het huis van onder tot boven volhangt: drie rijen boven elkaar aan elke wand. En dan staan er ook nog schilderijen opgeslagen op zolder.

Elsevier's Geïllustreerd Maandschrift

In 1891 gaat een hartenwens van Robbers in vervulling. Hij heeft er een aantal jaren hard voor moeten werken, maar in januari van dat jaar verschijnt Elsevier's Geïllustreerd Maandschrift. Robbers wil een tijdschrift maken met oorspronkelijke Nederlandse kunst in woord en beeld, waarvoor het Amerikaanse Harper’s Monthly Magazine en het Franse Revue Illustrée als voorbeeld dienen. Het blad, dat de eerste tien jaar de ondertitel ‘Verzameling van Nederlandsche letterkundige kunstwerken, geïllustreerd door Nederlandsche kunstenaars’ draagt, groeit uit tot een toonaangevend blad voor literatuur en beschouwingen over beeldende kunst. Tekenaars en schilders wier werk hij in zijn blad wil zien, worden door Robbers persoonlijk bezocht. Dat is zijn passie. Zoon Herman krijgt, wanneer hij als leerling bij een boekhandel in Parijs werkt, ook opdracht bij kunstenaars in die stad langs te gaan en hen te interviewen voor het blad.

Vele, nu nog altijd bekende, schrijvers en schrijfsters uit de Nederlandse literatuur leveren in de vijftig jaar dat het blad bestaat een bijdrage. Toch komt de oplage nooit boven de tweeduizend exemplaren uit. Het tijdschrift is niet erg vernieuwend en spreekt de jeugd niet of nauwelijks aan. Hoewel het blad is ontsproten aan de geest van de oude Robbers, wordt het na 1905 toch vooral het blad van zoon Herman, zelf recensent en schrijver. Hij drukt er 32 jaar lang zijn stempel op.

Overlijden

Op 28 november 1925 overlijdt Jacobus George Robbers rond het middaguur. Een van zijn dochters heeft tot zijn dood voor hem gezorgd. De dood van Robbers betekent het einde van een uitgeverslegende, maar niet van het bedrijf.

Familiebedrijf

De familie Robbers bestiert Elsevier ruim tachtig jaar. In 1966 verlaat kleinzoon John het bedrijf als commissaris, nadat hij in 1944 al is vertrokken als directeur. Elsevier’s Geïllustreerd Maandschrift stopt per 1 januari 1941, met de bedoeling na de bezetting weer te verschijnen. Dat gebeurt uiteindelijk in 1947 in de vorm van Elseviers Weekblad. Daarna volgt een snelle expansie van het bedrijf door specialisatie in het uitgeven van wetenschappelijke boeken en tijdschriften. Het bedrijf groeit door overnames en fusies uit tot een wereldwijde uitgever. In 1993 fuseert Elsevier met de Britse collega-uitgeverij Reed tot Reed Elsevier.

Bronnen

  • F.B. Bakels RSzn, ‘De geschiedenis der N.V. Uitgeversmaatschappij Elsevier 1880-1980’ [ongepubliceerd

manuscript]

  • J.P. Elemans, ‘In Memoriam Jacobus George Robbers’, Nieuwsblad voor den Boekhandel (1926) 502
  • ‘In Memoriam J.G. Robbers’, Nieuwsblad voor den Boekhandel (1925) 1094
  • Gerry van der List, Meer dan een weekblad. De geschiedenis van Elsevier, (Amsterdam 2005);
  • Herman Robbers, ‘In Memoriam Jacobus George Robbers’, Elsevier’s Geïllustreerd Maandschrift (1926) 69
  • Jaap Versteegh, Elsevier’s Geïllustreerd Maandschrift 1891-1900. Scriptie (2002

Zie ook


Verwijzingen

  1. De oorsprong van deze tekst is geschreven door Fred Eckhardt voor de bundel Nederlandse ondernemers 1850-1950 Amsterdam en is hier met toestemming van de uitgeverijen Stad en Bedrijf in Rotterdam en de Walburg Pers in Zutphen enigszins aangepast overgenomen